Column

Oliedom

Het is zondagmorgen vroeg. De wereld in huis is nog stil, het gezin en de logee nog in diepe slaap. Buiten is het ook stil, op de regen na. Dan opeens een harde schreeuw. En nog een. Onze je-weet-wel-kater Max staat voor de voordeur na een koude en natte nacht buiten en laat weten dat hij honger heeft. Alle signalen aan mij kloppen en ik kom in actie: Max komt het lekkere warme huis binnen. De kracht van de context doet zijn werk.

Toen Churchill begin dertiger jaren van de vorige eeuw de ongemakkelijke boodschap gaf dat Engeland zich op oorlog met Duitsland moet voorbereiden wegens de aan hem duidelijke nietsontziende ambities van Hitler werd deze wel gehoord maar werd er niet naar geluisterd. Hij was onwelkom zo kort na de eerste wereldoorlog. Maar vooral omdat de bevestigende context ontbrak. Een voorbeeld van cognitieve dissonantie.

De vergelijking dringt zich aan mij op bij het lezen van Jeremy Legget’s boek Uit de olie (The energy of nations). Leggett waarschuwt voor een aanstaande en grote crisis van onze economische en – daarmee – sociale orde vanwege olieschaarste. We zijn de huidige crisis nog niet eens te boven. De boodschap wordt dus wel gehoord, maar wordt hij ook beluisterd? Hoe zit het met de context? De olieprijs is momenteel relatief laag en dalend. Zo laag dat zelfs sprake lijkt van overproductie en dat Putin en het ‘kalifaat IS’ hun – nietsontziende (!) – ambities mogelijk moeten herzien door een structureel gebrek aan inkomsten uit olie en gas. De grote oliemaatschappijen – energiemaatschappijen zijn het namelijk nog lang niet – doen er ondertussen alles aan om ons gerust te stellen over de voorraden. Zij ontdoen de context van zijn urgentie. Ook dat is de kracht van de context, die is subjectief en dus maakbaar. Alle verkeerslichten op oranje maar wij zetten collectief een groene bril op.

Leggett levert argumenten door op te roepen om ‘met de urgentie van de mobilisatie van 1939’ in te zetten op een offensief van duurzame energie. Hij rekent op een positieve collectieve verbazing van de potentie van duurzame alternatieven als de kracht van de context zich voordoet. We moeten ‘het dak repararen als de zon schijnt maar weten dat er regen aan komt’, zo heet het dan. De zon schijnt echter geheel niet voor alternatieve energie. Hier gelden de gewone wetten van innovatie: een initieel ongelijke strijd van relatief kleine, inferieure en dure concurrentie met de grote, gevestigde, betrouwbare en goedkope fossiele energie. Stiekum ben ik overigens als verwende consument erg blij met dat laatste…

Maar ff serieus. Adviseurs verdienen aan duurzame energie, ondernemers niet. De roep om subsidies is groot maar hoe duurzaam is dat? Nationaal en Europees politiek gezien is er ‘even’ geen urgentie: wel onderzoeksgeld maar nauwelijks een energie- en grondstoffenagenda. Moet ‘de overheid’ dit voor ons oplossen? Jeen. Dit lijkt mij een zaak voor de ondernemende consument. Ik ben optimistisch. Er zijn subsidieloze alternatieven met nog grote potentie zoals bio-based en bodemenergie. ¬†Juist in Nederland! Wij hebben de ingenieurs, de infrastructuur en de handelsgeest. De consument stemt met zijn portemonnaie en laat langzaam maar zeker zien dat het hem menens begint te worden. De kracht van de context bouwt zich langzaam maar gestaag op.

Het regent nog steeds. Max ligt inmiddels languit op de warme vloer in huis. Nog geen bodemenergie… maar dat is een kwestie van tijd…



Comments are closed.